Wetenschapsfilosofie

Heyy! Ik strugglede nogal met het samenvatten van het onderdeel onderwijsgeschiedenis in deze cursus. De stof was all-over-the-place, veel uit de hoorcolleges stond niet in de literatuur en het was allemaal een beetje overwhelming.

Dat deel van de samenvatting is daardoor incompleet en niet van super hoge kwaliteit. Ik heb daarom besloten die samenvatting los te publiceren. Lezen op eigen risico.

Uitspraken over de aard of structuur van de werkelijkheid noemen we ontologisch. Ontologie is de zijnsleer (“studie van dingen die bestaan”).

Uitspraken over wat kennis is en hoe kennis tot stand komt of wordt verkregen noemen we epistemologisch. Epistemologie is kennisleer (“studie van kennis”).

Paradigma’s

Een paradigma is een groep wetenschappers met gedeelde opvattingen over wat wetenschap is en hoe het bedreven moet worden. Hieronder worden drie benaderingen toegelicht.

Vroeger was er spraken van een methodestrijd tussen de paradigma’s. Tegenwoordig is de wetenschappelijke gemeenschap pragmatischer, en is het ook toegestaan om verschillende paradigma’s te combineren. We noemen dit mixed methods.

Emperisch-analytische benadering

De empirisch-analytische benandering komt voort uit de natuurwetenschappen. Herhaalbaarheid en controleerbaarheid staat centraal.

Kenmerken:

Herhaalbaarheid is belangrijk voor betrouwbaarheid en waardevrijheid. Als verschillende wetenschappers tot dezelfde conclusies komen is de kans dat persoonlijke waarden meespelen kleiner. We noemen dit subjectieve overeenstemming of intersubjectiviteit.

De favoriete methode van deze benadering is het experiment en de enquête.

Interpretatieve benadering

De interpretatieve benadering komt voort uit ontevredenheid met de natuurwetenschappelijke benadering, waarbij vaak het mechanisme achter gevonden verbanden onduidelijk blijft. In de interpretatieve benadering staat het begrijpen van de sociale werkelijkheid centraal.

Kenmerken:

De favoriete methode van deze benadering is het kwalitatieve interview of de focusgroep.

Kritisch-emancipatoire benadering

De kritisch-emancipatoire benadering komt voort uit de marxistische traditie en maatschappelijke betrokkenheid. De “bevrijding” (emancipatie) van sociale overheersing staat centraal.

Kenmerken:

De favoriete methode van deze bandering is handelings- of actieonderzoek. Dit is onderzoek waarbij onderzoekers en deelnemers samen een leerproces doormaken. Twee belangrijke kenmerken:

Benadering Soort kennis Type onderzoek Perspectief onderzoeker Waarden
Empirisch-analytisch Nomothetisch: het formuleren van wetten die algemene regelmatigheden beschrijven Kwantitatief 3e persoon: alleen van buitenaf observeren, nooit participeren Waardenvrij: persoonlijke waarden mogen geen rol spelen en het onderzoek niet kleuren
Intepretatief Ideografisch: individuele/unieke casussen doorgronden Kwalitatief 1e persoon: onderzoeker moet de wereld vanuit het perspectief van de deelnemers zien Waardenverheldering: duidelijk zijn over eigen persoonlijke waarden die mogelijk het onderzoek kunnen kleuren
Kritisch-emancipatoir ??? ??? ??? Waardengebonden: waarden maken expliciet een deel uit van het onderzoek; niet alleen kennis leveren, maar ook een bepaald doel nastreven

Foundationalisme

Het foundationalisme is een visie van wetenschap die stelt dat kennis ‘securely established’ moet zijn op een ‘secure foundation’. Er zijn een aantal stromingen:

flowchart TB
F[Foundationalisme] --> E[Empirisme]
F --> R[Rationalisme]
E --> P[Positivisme]
P --> B[Behaviourisme]
P --> L[Logisch positivisme]

Volgens het empirisme (Locke) bestaat de ‘secure foundation’ waarop wetenschap gebouwd wordt uit menselijke ervaringen via zintuigelijke waarnemingen.

Volgens het rationalisme (Descartes) bestaat de ‘secure foundation’ uit alles dat niet rationeel betwijfelbaar is, omdat zintuigen je kunnen bedriegen.

Positivisme

Het positivisme (Comte) is een methode van wetenschap gebaseerd op het empirisme, waarbij kennis voortkomt uit uitsluitend directe observaties en redeneringen gebaseerd op observaties.

Het logisch positivisme (Wiener Kreis) is een stroming van het positivisme, die stelt dat alle claims die niet geverifieerd kunnen worden aan de hand van observaties onwetenschappelijke en betekenisloze onzin (ookwel metafysica genoemd) zijn. We noemen dit het verifieerbaarheidsprincipe of de toetsbaarheidseis.

Begrippen die vaak met positivisme verward worden

Een punt of onderscheid dat gemaakt wordt door een positivist is niet automatisch positivistisch! Een aantal veelvoorkomende misconcepties:

Falsificationisme

Het falsificationisme (Popper) is gerelateerd aan positivisme. Het stelt dat een goede theorie te weerleggen is aan de hand van tegenstrijdig bewijs. Het is zijn antwoord op het inductie­probleem (zie volgende sectie): wetenschap is volgens hem namelijk niet inductief; je toetst theorie niet ter bevestiging, maar om te pogen hem te verwerpen.

Voor het positivisme is falsifiseerbaarheid belangrijk omdat een niet-falsifiseerbare theorie niet toetsbaar is en daarmee de toetsbaarheidseis schendt.

Problemen met foundationalisme

Empirisme en rationalisme zijn goede concepten, maar kunnen geen ‘secure foundation’ voor kennis zijn. Dit komt door zes problemen met het foundationalisme:

Post-positivisme

Postpositivisme is een vorm van non-foundationalisme: een stroming in de wetenschap die stelt dat ‘secure foundations’ waarop kennis kan worden gebouwd niet bestaan. Post-positivisme onderkent en accepteert dat mensen falen (“fallibilisme”)

Absolute waarheid & conjecturele kennis

Volgens de postpositivist bestaat er een “absolute waarheid”, waarnaar de wetenschap zoekt. We noemen dit het ‘regulatief ideaal’; ideaal, want de waarheid zal nooit door mensen ontdekt worden, omdat mensen biased, subjectief en irrationeel zijn. Het beste dat we kunnen doen is de waarheid benaderen, zoals een wiskundige limiet-functie.

We kunnen het woord “waarheid” vervangen met warranted assertibility; de waarheid is alles dat sterk genoeg onderbouwd is om naar te handelen.

We hebben geen “feiten”, we hebben warrants: het meest overtuigende bewijs op een bepaald moment in tijd. Deze warrants volgen uit “competent inquiry”: onderzoeksmethodes die op het moment beter zijn dan anderen (maar beter betekent niet “ideaal”).

Kennis wordt gezien als conjectureel: voorlopig, en gebaseerd op incompleet bewijs, namelijk de sterkste (maar imperfecte) warrant die op een moment beschikbaar is. Warrants kunnen worden “ingetrokken” als er later sterke bewijs aan het licht komt.

Wetenschap wordt gezien als ‘self-corrective’, omdat herhaald onderzoek uiteindelijk vanzelf aantoont welke warrants wel of niet kloppen, en foute warrants vervangt met sterker bewijs.

Waarom iets geloven als de warrant later weer ingetrokken kan worden?

We moeten handelen naar iets in het leven. Opties zijn willekeur, traditie, of kennis. Het zou irrationeel om niet te handelen naar de "beste" (aka meest ondersteunde) kennis die op een moment beschikbaar is. Perfecte kennis heb je niet, en zal je nooit hebben. Je kunt niet meer doen dan handelen naar je beste weten van het moment, ook als in de toekomst betere kennis beschikbaar zal zijn.

Gebrek aan autoritieve bronnen

Er zijn geen autoritieve bronnen binnen het postpositivisme. In plaats daarvan wordt elke knowledge claim hetzelfde behandeld: de warrant wordt geëvalueerd.

De voor/tegenstanders worden bekeken en afgewogen, en op basis daarvan wordt bepaald of de claim wel of niet aangenomen wordt. (Maar houdt er rekening mee dat dit later weer kan veranderen op basis van de sterkste warrants die dán beschikbaar zijn.)

Alleen het bewijs wordt geëvalueerd, niet de persoon die de claim maakt. Dit onderscheidt postpositivisme van andere stromingen zoals sociaal constructivisme en postmodernisme.

Relativisme

Relativisme stelt dat iedereen een “eigen waarheid” of “eigen realiteit” heeft, omdat ze andere afwegingen maken over warrants en daardoor andere claims geloven. Postpositivisme wordt soms verward met relativisme.

Echter, ondanks het feit dat postpositivisme stelt dat absolute waarheid onbereikbaar is, gaat het wel uit van één absolute waarheid, die benaderd wordt door (mogelijk foutieve) warrants. Tegenstrijdige claims kunnen niet allebei waar zijn, er kan er maar één overeenkomen met de absolute waarheid.

Het is ook belangrijk om onderscheid te maken tussen overtuigingen en waarheid. Een overtuiging is “alles waarnaar je bereid bent te handelen”. Met andere woorden: een overtuiging is iets dat je als waarheid accepteert. Maar “voor waar aannemen” betekent niet dat het ook automatisch waar is.

Objectiviteit tegenover waarheid

Objectiviteit is geen synoniem voor waarheid, ondanks het feit dat het vaak wel zo gebruikt wordt in literatuur. Waarheid is onbereikbaar; objectiviteit als tegenpool van “bias” of “subjectiviteit” is een label om bepaalde criteria van kwaliteit aan te duiden (aka competent inquiry).

Met andere woorden: objectiviteit is de beste, maar toch mogelijk foutieve, observatie die je op een moment kan doen; waarheid is hoe het ‘echt is’, maar is onbereikbaar omdat je deze alleen via mogelijk foutieve observaties of metingen kan benaderen.

Waarden in wetenschappelijk onderzoek

Volgens het positivisme moet onderzoek waardeneutraal of waardevrij zijn. Echter volgens sommigen is waardeneutraliteit in de wetenschap onmogelijk. Een aantal perspectieven:

Weerlegde argumenten tegen waardeneutraliteit

Argument
Sociale wetenschappen onderzoekt waarden, en kan dus niet waardenneutraal zijn.
Weerlegging
De waarden zijn het onderwerp van onderzoek, zij beïnvloeden het onderzoek zelf niet. Het is mogelijk om de waarden van een ander objectief te onderzoeken.
Argument
Sommige onderzoekers laten waarden of overtuigingen hun werk beïnvloeden, dus waardenneutraliteit bestaat niet.
Weerlegging
Soms is niet altijd; het feit dat het soms gebeurt betekent niet dat we het goedkeuren. En tenslotte komen we er vaak achter omdat latere wetenschapers wél waardeneutraal zijn.
Argument
Waardeneutraliteit is onmogelijk omdat er diepgewortelde (culturele) waarden zijn ingebed in onze onderzoeksmethodes en denken, waardoor deze inherent biased zijn.(Voorbeelden: marxisten → westerse waarden; feministen → mannelijke waarden)
Weerlegging
Allereerst is deze aanname niet getoetst, en onmogelijk te toetsen als al het onderzoek inherent biased is, zoals dit argument stelt. Daarnaast is er een filosofisch probleem: biased onderzoek kan niet bestaan als unbiased onderzoek niet ook mogelijk is.

Tenslotte kunnen vraagtekens gesteld worden bij het feit of cultureel bepaalde waarden een probleem vormen als deze de objectiviteit van het onderzoek niet in de weg zitten. Meer over interne en externe waarden in de volgende sectie.

Correcte argumenten tegen waardeneutraliteit

Argument
Waardeneutraliteit zelf is ook een waarde, dus wetenschap kan nooit waardeneutraal zijn; zelfs zonder alle andere waarden blijft deze over.
Argument
De keuze van onderzoeksonderwerp is waardegebonden; er zijn oneindig veel mogelijke onderzoeken uit te voeren, de criteria voor wat te onderzoeken zijn gebaseerd op wat we als waardevol beschouwen.
Argument
Het evalueren ("waarderen") van hypotheses, theorieën, data, of werk van anderen (in bijv. peer reviews) zijn gebaseerd op bepaalde waarden.

Interne en externe waarden

Het is duidelijk dat er wel degelijk bepaalde waarden een rol spelen in wetenschappelijk onderzoek. Volgens de postpositivist is dit niet erg. Om dit te begrijpen is het belangrijk verschillende soort waarden te onderscheiden:

Interne waarden worden soms ookwel “cognitieve waarden” genoemd, als tegenhanger van “ethische waarden”. Ethiek is belangrijk, maar geen kernwaarde van de wetenschap: onethisch maar objectief onderzoek is mogelijk.

Epistemologische relevantie Een ander onderscheid dat gemaakt kan worden, is dat van epistemologische relevantie. Een epistemologisch relevante waarde is inhoudelijk, en draagt bij aan kennisconstructie.
Rol van de gemeenschap In het postpositivisme wordt gemeenschap (openheid, discussie, peer review) als beschermende factor gezien; objectiviteit een product van het sociale karakter van de wetenschap.

Dit onderscheidt postpositivisme van positivisme, waar het sociale karakter van de wetenschap juist als slecht gezien werd, omdat het XXX.

Pseudowetenschap

Demarcatie

Demarcatie (“grens”) is het onderscheid maken tussen wetenschap en niet-wetenschap. Dit is belangrijk voor theoretische en praktische redenen:

Non-science, unscience en pseudo-science

Voordat we verder ingaan om pseudowetenschap, is het belangrijk een aantal definities op een rijtje te zetten:

venn-beta
  set NonScience["Non-"]:100
  set Unscience["Un-"]:60
  set PseudoScience["Pseudo-science"]:25

  union NonScience,Unscience:60
  union Unscience,PseudoScience:25
  union NonScience,PseudoScience:25
  union NonScience,Unscience,PseudoScience:25

  style NonScience fill:#c084fc,stroke:#7e22ce,color:#4a044e
  style Unscience fill:#f0abfc,stroke:#c026d3,color:#4a044e
  style PseudoScience fill:#f9a8d4,stroke:#db2777,color:#500724
Is pseudowetenschap als begrip relevant?
Vraag
Is het niet voldoende om te zeggen "dit is fout", zonder het begrip pseudowetenschap te gebruiken?
Uitleg
Nee, want pseudowetenschap heeft ingebouwde "immuunstategieën" tegen kritiek en tegenbewijs, waardoor normale wetenschappelijke argumentatie ineffectief is om het te ontkrachten. Er is een andere aanpak nodig, en daarom is er behoefte aan een manier om pseudowetenschap te definiëren.

Definities van pseudowetenschap

Er zijn een aantal definities van pseudowetenschap. De eerste bestaat uit twee componenten:

  1. het is niet wetenschappelijk,
  2. het pretendeert wel wetenschappelijk te zijn.

Deze definitie is te breed, omdat bijv. ook fraude zou voldoen, terwijl fraude normaliter unscience is, geen pseudoscience.

Een onderscheidend kenmerk van pseudowetenschap is dat van de deviant doctrine of ideologie. Geïsoleerde onwetenschap, zelfs opzettelijk en structureel, valt onder unscience. We noemen het pas pseudoscience bij doorlopende, substantiële pogingen tot het promoten van standpunten die algemeen geaccepteerde standpunten tegenspreken.

Daarom wordt component (2) vervangen met:

  1. het is onderdeel van een onwetenschappelijke doctrine die pretendeert wel wetenschappelijk te zijn.

Echter, in sommige gevallen wordt de term ‘pseudowetenschap’ ook gebruikt om doctrines te beschrijven die claimen de rol van wetenschap te vervullen (“meest betrouwbare kennisbron op een onderwerp zijn”), maar niet pretenderen wetenschappelijk te zijn.

Daarom kan een derde variant van component (2) geformuleerd worden:

  1. het is onderdeel van een onwetenschappelijke doctrine die de indruk probeert te wekken de meest betrouwbare kennisbron op een onderwerp te zijn.

Definities (1)+(2′) en (1)+(2′′) worden afwisselend gebruikt. Vaak wordt pseudowetenschap gedefinieerd als (1) + (2′), maar wordt de term vervolgens gebruikt als (1) + (2′′).

De definities die tot nu toe gehanteerd zijn laten tijd buiten beschouwing. Volgens sommige filosofen is ‘wetenschappelijkheid’ niet tijdgebonden; wat vandaag wetenschappelijk is is morgen nog steeds wetenschappelijk. Echter, een essentiële eigenschap van wetenschap is voortgang en voortschrijdend inzicht, dus tijd speelt wel degelijk een rol.

Objectiviteit en wetenschappelijkheid zijn tijdsgebonden: handelen naar de beste kennis en methodes die op een moment in tijd beschikbaar zijn. De wetenschap van gisteren kan vandaag achterhaald zijn, maar dat maakt het niet onwetenschappelijk. Het voldeed immers aan de objectiviteitscriteria van het moment. Echter, dezelfde wetenschap vandaag uitgevoerd is wel onwetenschappelijk, aangezien de objectiviteitscriteria zijn veranderd.

Er is behoefte aan een tijdsgebonden variant van (1), zoals:

  1. in strijd met de meest betrouwbare kennis over een onderwerp die op een tijdstip beschikbaar is.

Een bijkomend voordeel van deze definitie is dat het oordeel over wetenschappelijkheid een inhoudelijke kwestie wordt, in plaats van een filosofisch probleem.

Demarcatiecriteria

Het falsificationisme (Popper) kan worden gebruikt als demarcatiecriterium om wetenschap van pseudowetenschap te onderscheiden (of voor de logisch positivist: metafysica).

Echter, alleen falsificationisme is onvoldoende (Lakatos), omdat het berust op logica die los staat van feiten of inhoud; een theorie zonder enig bewijs kan wetenschappelijk zijn als hij falsifiseerbaar is, en een goed ondersteunde theorie kan pseudowetenschap zijn als deze niet falsifiseerbaar is.

Nota bene, de meeste pseudowetenschappen zijn wél falsifiseerbaar, en ook volledig gefalsifiseerd. Hoe wordt omgegaan met tegenbewijs is veel belangrijker om wetenschap van pseudowetenschap te onderscheiden.

Het puzzelcriterium (Kuhn) stelt dat wetenschap wordt gekenmerkt door puzzelen. Het uit kritiek op het falsificationisme, omdat dat wetenschap typeert aan de hand van revoluties (waarin alles in één keer anders moet), en niet volgens het ‘normale’ iteratieve proces, dat als “puzzelen” wordt omschreven.

Het sophisticated (methodogical) falsificationisme (Lakatos) is een aanpassing van het falsificationisme, dat volledige onderzoeksprogramma’s toetst in plaats van individuele theorieën. Een programma is gefalsifiseerd en pseudowetenschappelijk als het degenererend is:

Het progressiecriterium (Thagard) voegt een extra criterium aan sophisticated falsificationisme toe: een onderzoeksprogramma is pseudowetenschappelijk als het degenererend is en de onderzoekers “weinig moeite doen om problemen op te lossen, geen interesse hebben in het evalueren van de theorie in relatie tot andere theorieën, en selectief zijn in het accepteren van bewijs en tegenbewijs.”

Het verschil is dus dat Lakatos een programma zonder progressie altijd pseudowetenschap vindt, en Thagard het alleen pseudowetenschap vindt als het met opzet degenererend is.

Het eligibilitycriterium (Rothbart) stelt dat de objectiviteitscriteria voor het toetsen van een theorie los staan van zogenaamde toetswaardigheidscriteria die bepalen of een theorie überhaupt wel getoetst moet worden. Pseudowetenschappelijke theorieën voldoen hier niet aan:

Het gemeenschapscriterium (Bright & Heesen) stelt dat onderzoek wetenschappelijk is als het openlijk beschikbaar wordt gesteld aan de gemeenschap. Dit maakt commercieel, maar objectief onderzoek ook pseudowetenschap, en dit is met opzet.

Pseudowetenschappen in relatie tot reguliere wetenschap

Er zijn twee vormen van pseudowetenschap, die vooral verschillen in hoe ze de reguliere wetenschap benaderen en afbeelden:

Pseudowetenschappen als losse 'eilandjes'

Het woord "wetenschap" heeft twee betekenissen:

Wetenschappen staan altijd met elkaar in verband (astrofysica, biochemie, etc.) en vormen een coherent geheel: de wetenschap.

Pseudowetenschap is de tegenpool van individuated wetenschap (Reisch). Er zijn indivuele pseudowetenschappen, maar deze staan niet met elkaar, en ook niet met reguliere wetenschapsgebieden, in verband. Er is dan ook geen collectie "de pseudowetenschap".

Begrippen die gerelateerd zijn aan pseudowetenschap